Interview

Alles komt ooit weer goed

Nieuwkomer in de kijker: in gesprek met de Afghaanse Mohammad Nader Farhad

Nieuwkomer in de kijker

Avansa had een gesprek met Mohammad Nader Farhad. Op 26 augustus 2021 ontvluchtte hij Afghanistan. Hij woont nu in het Rode Kruis Opvangcentrum Westakkers.

Ik ben geboren in Kaboel. Mijn vader was leerkracht in het secundair. Hij leerde ons om een goed mens te zijn, wat mensenrechten zijn, wat vrouwenrechten zijn. Ondertussen heb ik zelf een vrouw en 3 jongens van 2, 7 en 10 jaar. Ik studeerde journalistiek en werkte een tijdje als verslaggever en fixer voor de Britse krant The Independent. Toen ze hun kantoor in Kaboel sloten, zocht ik een andere job.

Ik kwam terecht bij UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Ik was hun woordvoerder. Via de Afghaanse en internationale media berichtte ik over hun werk, over hoe zij vluchtelingen, teruggekeerde vluchtelingen en ontheemden ondersteunden.

De UNHCR ondersteunde meer dan 5 miljoen vluchtelingen bij hun vrijwillige terugkeer naar het land en meer dan 1 miljoen ontheemden bij de terugkeer naar hun streek, met de verplaatsing, met geld, met advies, huizenbouw, landbouw, waterputten, bruggenbouw, enz.

Tegelijk was ik verbindingsofficier tussen de UNHCR en de Afghaanse regering. Ik was de sleutelfiguur voor alles wat te maken had met de programma’s en het beleid i.v.m. vluchtelingen, organiseerde de onderhandelingen en adviseerde de regering bij hun vluchtelingenbeleid. Dagelijks had ik contact met de minister bevoegd voor vluchtelingen, ook heel regelmatig met de president.

20 jaar heb ik keihard gewerkt, soms dag en nacht. En nu eindigt dit allemaal in het niets. In een paar weken tijd is alles weggevaagd. In 2017 vermoordde de taliban mijn broer. Hij was net getrouwd en had een kleine baby. Ze plaatsten een bom onder zijn auto. Zijn enige fout was dat hij meewerkte met de Amerikanen. De taliban begon te zoeken naar mensen, van huis tot huis. Ze hadden een lijst met personen die werden gezocht. Ik stond daar zeker op. Ik bleef mijn werk doen, maar ik ging meer op de achtergrond werken.

In augustus 2021 kwam de taliban aan de macht. Ik was totaal wanhopig, zonder bescherming. De eerste 10 dagen in Kaboel ben ik minstens 3 keer verhuisd met mijn gezin. Ik had heel veel schrik dat er iemand op mijn deur zou kloppen om mij te arresteren.

“Ik moest noodgedwongen zelf het land verlaten. Ik kon het me niet voorstellen dat ik ooit nog zelf vluchteling zou zijn.”
Mohammad Nader Farhad

Op 26 augustus ging ik totaal wanhopig naar de luchthaven met mijn vrouw en 3 kinderen.

De hoofdingang was verzegeld door honderden zwaarbewapende taliban, die niemand binnen lieten. Vele duizenden mensen wachtten voor de poorten. Ik wist dat het zeer moeilijk zou worden, maar ik moest het risico nemen. Er is een kanaaltje, vol met water en smurrie. Ik liet mijn vrouw en de kinderen even wachten op een veilige plaats en ging door het kanaaltje naar een ingang waar vele buitenlandse delegaties stonden; Amerikanen, Belgen, Canadezen, Fransen, Britten,…

De eerste die ik er aansprak was toevallig een vertegenwoordiger van het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken; het kon evengoed een andere geweest zijn. Hij keek naar mijn documenten, vroeg of ik voor de Verenigde Naties werkte, met hoeveel mensen ik was en waar die waren. Toen gaf hij mij een hand en trok mij omhoog uit de smurrie. Dat was hét moment van vriendelijkheid waarop ik voelde dat ik herboren werd en dat ik veilig was. Ik kon meteen bellen naar mijn vrouw zodat zij ook konden komen. Wij vlogen in een militair vliegtuig, eerst naar Islamabad en dan naar België. 6 uur na ons vertrek ontplofte de bom aan de luchthaven die 200 mensen doodde.

Ik verliet alles. Ik had een goed huis, een normaal leven. Het was perfect. Ik mis de avonden na het werk, de vrienden, de familie, de praatjes, mijn collega’s – wij hadden een fantastisch team. Ik heb bij mensen altijd gepleit om in het land te blijven, om het mee op te bouwen. En nu moest ik noodgedwongen zelf het land verlaten. Ik kon het me niet voorstellen dat ik zelf ooit een vluchteling zou zijn.

Mijn kinderen gaan nu naar school in Beveren. Ik zie een lach op hun gezicht. En dat doet alles met mij. Ik vind geen woorden om mijn dankbaarheid te uiten aan de Belgische overheid. Ik woon nu in het opvangcentrum. Ik was het helemaal niet gewoon een badkamer, keuken en toilet te delen, of te leven in een drukke plaats. Ik kan het niet vergelijken met wat ik had. Maar als ik eraan denk dat de taliban mij zocht, dan voel ik alleen maar opluchting.

Alles komt ooit weer goed. Mensen zijn vriendelijk hier. Ik bezocht vroeger vluchtelingen in Pakistan, in Iran. Nu ik zelf in deze situatie zit, besef ik pas hoe het is om noodgedwongen alles achter te laten.

Nieuwkomer in de kijker 2

Wil je verder kennismaken met Afghanen van bij ons?

Op 20 maart vieren de Afghanen Nieuwjaar of Noroez. Ook jij kan komen meevieren! We praten er over het leven in Afghanistan. Hoe het vroeger was, en hoe het er nu is. Maar we feesten ook samen: met muziek, met dans en met een hapje.

Zondag 20 maart van 14u tot 17u in Opvangcentrum Westakkers (Sint-Niklaas). Inschrijven kan via www.avansa-wd.be of 03 775 44 84.

Datum bericht di 21 december '21